Zilvergrijs haar

                                                       Zilvergrijs haar

Tja, hoe moet ik dat nou uitleggen?” denk ik hardop. “Ach, ik kom je wel halen”  beslis ik impulsief en leg mijn vaste telefoon neer. “Waar herken ik je aan?” vraag ik haar. “Aan mijn grijze haar” zegt ze. “Steeds rechtdoor lopen” zeg ik “en dan tussen de flatgebouwen door. Ik klap de voordeur dicht en loop haar tegemoet. Met gemak vis ik haar uit de menigte die bestaat uit netjes geklede kantoormensen.

“Gelukkig herkende ik u meteen van de website”,

zegt ze wanneer we samen naar mijn huis lopen. Ze is mooi, jong serieus en heeft een probleem. Als we boven zitten, vraag ik waarom ze voor deze therapie koos. Het woord reincarnatie is wat haar aansprak én ze kan met de bus, plus dat het dichtbij is.

“Het is veel, heel veel, ik wil nu iets wat écht werkt”

vertelde ze me in ons eerste telefoongesprek. Haar grote ogen peilen me diep voordat ze begint te vertellen. “Ik moest van de huisarts naar de psycholoog en toen dat niet hielp naar de psychiater. Die laatste geeft me nu antidepressiva. Ik voel me achtentachtig in plaats van tweeëntwintig. Hij zegt dat mijn hele leven nog voor me ligt, en kijk eens naar de mooie dingen van het leven. Maar dat gaat niet, want dat beest ligt altijd op de loer. Elke nacht droom ik dat mijn vriend me verlaat voor die andere mooiere vrouw, waar hij dan té lang oogcontact mee had. Die droom is zo echt, dat ik hem ‘s ochtends als ik wakker word hard sla. Hij wil dat niet meer, en ik ook niet. Want dan ben ik hem natuurlijk écht kwijt”.

Ik schenk een glas water voor haar in. Nog steeds nieuwsgierig bekijkt ze met haar intens blauwe ogen.  “Wat wil je bereiken en, belangrijker wat verwacht je van jezelf?” “Ik wil niet meer zo boos zijn en overal de schuld van krijgen. En er is iets wat ik niet mag weten. Eigenlijk wil ik het ook niet weten. Daar ben ik nog het meest bang voor”. Haar jeugd komt ter sprake. Ze is het oudste kind van gescheiden ouders. Kreeg vanaf haar zesde een stiefvader en een moeder die haar niet meer ‘’moest’’. Nog steeds niet, moeder stuurt haar weg en keurt haar af. Zegt dat ze niet zo moet snaaien, omdat ze anders te dik wordt. De jongedame tegenover is superslank. Met op de achtergrond een vader die heel lief is, maar meestal niets zegt, die niets durft te zeggen. “Oh ja – zegt ze tussen neus en lippen door – ik heb drie dagen in de gevangenis gezeten. Tijdens het uitgaan kreeg ik ruzie met een ander meisje. Ik sloeg haar van me af en toen ze viel kwam ze verkeerd op haar hoofd terecht. Nu kan ik niet meer uitgaan. Mijn vriend wil het ook niet. Veel te gevaarlijk”.

Ze neemt een slok water en vervolgt; “Ik zei tegen dat meisje ‘’rotop’’, want ze wilde uit mijn glas drinken en ik dat vond ik zo vies. Ik heb me alleen maar verdedigd. Echt waar. Maar niemand geloofde me, ik moest in die cel zitten, terwijl de anderen werden verhoord. Het was zelfverdediging”.

“Mensen stellen mij altijd die rotvraag.

Zij weten van te voren al dat het mijn schuld is. Het is áltijd wat. En als ik mijn vader een vraag stel dan ben ik bang dat ik geen antwoord krijg, want hij zegt nooit wat. Ik heb het recht niet om te bestaan. De man van mijn moeder heeft me in elkaar geslagen toen ik veertien was. Mijn gezicht was blauw en ik bewusteloos. Daarna heb ik aangifte gedaan. Mijn moeder was boos omdat zij toen een advocaat moesten gaan betalen. Altijd heb ik last van rode wangen, ik schaam me ervoor”.

Ze bevoelt haar wangen, waar een dikke lichtkleurige laag make-up overheen zit. Ernstig – veel te ernstig – kijkt ze voor zich uit en valt stil. Ik laat haar even, schrijf nog wat en geef haar ruimte én koffie. Tijdens het koffie zetten bedenk ik dat ik de laatste tijd wel wat erg vaak aan mijn collega’s verteld heb dat ík niet aan schuld en schaamte doe. Allemaal opgelegd door de kerk. Dat zal me leren. Al eerder kwam ik erachter dat een té sterke mening over iets, cliënten oplevert die met datzelfde thema worstelen, maar dan uit een heel andere hoek komen. Voordat we beginnen zeg ik haar dat we samen door de hel moeten. En vraag of ze dat wil. Ze knikt wijs en lijkt niks bang.

Ik vertel haar dat als het onbewuste alles weet en als het in de toekomst bewust wordt, ze verder kan met haar leven. Dat ze vertrouwen in zichzelf moet hebben, omdat alle informatie in haarzelf zit.  Haar blik dwaalt af naar een zwarte diepe verte.

Als ze weg is, vraag ik me af. Waarom wil je grijs haar als je zo jong bent? Pas later hoor ik dat het mode is.

Jouw probleem is niet raar. Angst en schaamte zijn de dief van je innerlijke groei.
Vul hiernaast je telefoonnummer in en laat me je bellen voor een gratis intake →→→

 

 

 

Auteur: Laura Daggers-de Koning

Ik ben Laura Daggers, sinds 2010 regressie- en reïncarnatietherapeut. Samen met jou zoek ik je levenslust weer terug. Dat kan in het huidige leven zijn, maar ook in een vorig leven, geboorte of zielenwereld.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.